De Man wiens Naam verdween

De ambtenaar zat kaarsrecht achter zijn lessenaar. Zijn inktpen was scherp gesneden, het formulier kraakhelder. De man die tegenover hem stond, was minder scherp afgetekend: vale kleren, hangende schouders, modder aan zijn laarzen. Hij hield zijn pet in zijn handen alsof het een stuk bewijs was. Van wie hij was, of ooit geweest was.

“Naam?” vroeg de ambtenaar.
“Willem,” zei hij.
“Achternaam?”
De man slikte. “Iegosse,” klonk het.

Willem kwam uit Deventer. In zijn Twentse dialect klonk dat misschien als: “Ygossuh.” Hij sprak het duidelijk uit, met overtuiging, maar zonder de letters.

“Hoe schrijf je dat?” vroeg de ambtenaar. Willem keek op. Even fronste hij. “Schrijven?” herhaalde hij zacht. “Dat kan ik niet, meneer. Ie-gosse, zo zeg ik dat, en ook anderen zeggen dat zo al mijn hele leven. Maar opschrijven… dat is me nooit gelukt.”

De ambtenaar trok een wenkbrauw op. Hij doopte zijn pen in de inkt, hoorde de naam nog één keer langzaam uitgesproken – traag, nadrukkelijk – en schreef: Willem Igos.

En zo kwam Willem het systeem van Veenhuizen binnen. Met een naam die niet klopte. Misschien maakte het op dat moment niet veel uit. Willem had in Deventer een dochter verloren, een baby’tje dat nauwelijks adem had gehaald. Daarna was het leven hem langzaam ontglipt. Wat begon als verdriet, werd verdrongen door drank. En wat volgde op drank, werd een misstap. “Inklimming in een bewoond huis,” zo stond het in het politierapport.

Toen hij als verpleegde werd opgenomen, ging alles volgens het boekje: zijn hoofd werd kaalgeschoren, al zijn schamele bezittingen en kleding werden genoteerd, en zijn signalement werd vastgelegd. Alleen zijn naam was voortaan anders. En daarmee werd hij iemand die, qua naam, mogelijk nooit had bestaan.
Hij werd ingeschreven met een wees-nummer in het stamboek van het Tweede Gesticht.

Toen zijn dochter jaren later wilde trouwen met haar neef, gaf hij haar toestemming vanuit Veenhuizen. De notaris schreef het op zoals hij het aantrof: Willem Igos, tijdelijk verpleegde, vaste vader.

Pas decennia later zou een verre nazaat, Joke, navraag doen naar de familie IJgosse en de familie Igos, Ygos, IJgosse en Egos. Ze vond het vreemd. Er gingen veel van dezelfde verhalen rond in de familie. En via archieven, brieven en handtekeningen kwam zij op het juiste spoor. Dat leidde terug naar die ene dag waarop Willem zich in Veenhuizen had voorgesteld bij het bureau.

Willem bleef zijn naam als Igos behouden. Maar zijn broer maakte er IJgosse van. Hij – IJgosse dus – had een achterkleinkind: Joke, degene die navraag deed naar de familienamen, die uiteindelijk allemaal verwant bleken te zijn.

Willem was een van de velen die op het verkeerde moment op de verkeerde plek was. Een van de velen die ‘de boot gemist’ had. Een van de velen die als verpleegde met orde en tucht heropgevoed werd.
Hij was het zwarte schaap van de familie. Dat gebeurde vaker, wanneer families zich schaamden voor de mannen die in Veenhuizen aan lager wal waren geraakt. Was dat een reden voor naamsverandering door zijn familieleden?

In 1885 stierf zijn vrouw. Hij woonde toen alweer in Deventer. In 1887 trouwde hij opnieuw. Een jaar later stierf Willem.

Maar zijn naam bleef leven. In al zijn varianten. En dat alles omdat hij wist hoe hij klonk, maar niet hoe hij geschreven werd.

Scroll naar boven